In Memoriam

Rotterdam, 20 februari 1908 – Rotterdam, 8 november 1983
Alberta Johanna van Kleef — voor iedereen Bep — werd geboren op 20 februari 1908 in Rotterdam. Zij behoorde tot een generatie vrouwen die het leven niet cadeau kregen, maar er het beste van maakten, zonder daar veel woorden aan vuil te maken.

In 1946 trouwde zij met Ambrosius Kruit, medewerker bij Museum Boymans. Uit zijn eerdere huwelijk was er al een dochter, Martina Johanna. Samen kregen zij twee kinderen: Ronald (1947) en Renée (1951). Het gezin werd echter al vroeg getroffen door verlies toen Ambrosius in 1953 overleed. Bep bleef achter met jonge kinderen en de zorg voor het hele gezin.
Dat is misschien wel de kern van haar leven: zorgen.
Bep was een zachtaardige vrouw. Geen grote woorden, geen nadruk op zichzelf — eerder iemand die zichzelf wegcijferde, soms tot op het sullige af. Maar achter die bescheidenheid zat een stille kracht die haar overeind hield.
Om rond te komen werkte zij hard.
Ze ging bij mensen thuis — bij de beter gesitueerde Rotterdammers — waar zij naaiwerk deed.
Sokken stoppen, kleding herstellen en maken. Werk dat nauwkeurig moest gebeuren, en dat deed zij met zorg en vakmanschap.
Het waren geen makkelijke jaren.
Het was schrapen, rekenen en telkens weer oplossingen vinden om de eindjes aan elkaar te knopen.
Maar klagen deed ze niet. Ze ging door. Altijd.
Haar handen vertelden haar verhaal. In elke steek, in elk hersteld kledingstuk, in alles wat ze voor haar kinderen deed.
Ze gaf wat ze had — en vaak nog iets meer.
Voor Ronald en Renée was zij een moeder die er altijd was.
Misschien niet op de voorgrond, maar wel onmisbaar.
Betrouwbaar, zorgzaam en onvermoeibaar in haar inzet.
Op 8 november 1983 overleed Bep in Rotterdam.
Wat blijft, is het beeld van een vrouw die zacht was, maar sterk genoeg om het leven te dragen.
Die weinig vroeg, maar veel gaf.
Die misschien niet opviel, maar die voor haar gezin alles betekende.
Namens haar kinderen
Lieve moeder,
Je was er altijd.
Niet met grote woorden, maar met alles wat je deed.
We hebben gezien hoe hard je werkte, hoe je altijd doorging en hoe je jezelf vaak op de tweede plaats zette. Pas later zijn we gaan begrijpen hoeveel dat eigenlijk was.
Misschien hebben we je dat niet vaak genoeg gezegd, maar we wisten het wel:
we konden altijd op je rekenen.
Wat je ons hebt meegegeven zit niet in spullen of woorden, maar in wie we zijn geworden.
Dank je wel daarvoor.
We zullen je niet vergeten.
Ronald en Renée

